Dojo Osaka in Katwijk aan Zee is zijn dagelijkse omgeving, maar in oktober vertrok Cem Senol twee keer naar Japan voor een karatetoernooi. “Voor mezelf had ik ook een beetje gedacht om mijn sportloopbaan als vechter daar af te sluiten. Maar dat is heel anders gelopen.”

Aan de bak

Japan betekent: het land van de samoerai, waar eer en eerlijkheid werkwoorden zijn. Zeggen ze zelf. Cem heeft daar zo zijn eigen gedachten over. Maar eerst: stopt hij nu met vechten of niet? “Zo’n twee, drie jaar terug begon ik te denken aan een afsluiting. Na een half jaar dacht ik: nee, ik ga het per geval bekijken. En nu, na Japan, merk ik dat ik er nog helemaal niet klaar mee ben. Ik kwam thuis met onrust. Het eerste dat ik deed was uitzoeken waar ik weer kon vechten, waar ik weer aan de bak kan. Die onrust is gekomen doordat ik daar benadeeld ben.”

“Ik ken genoeg vechters die na hun ervaringen in Japan in een depressie raakten en nooit meer gevochten hebben. De kancho had me voorbereid op de Japanse manier van scheidsrechteren en jureren, dus ik wist het van te voren. Alles dat dan goed gaat, valt alleen maar mee.”

Dat gaat over het toernooi All Japan open Karate tournament & K-energy (WKO), in Osaka. Daarvoor was er het toernooi in Tokio. Daar had de organisatie kennelijk niet zo goed begrepen wie de trainer van Cem was, want: “Toen kancho Gordeau binnenstapte, sloegen ze wit uit. Maar we waren echt welkom, ’s avonds hebben ze ons mee uit eten genomen. Hun groep niet zo groot en wat ze inhoudelijk deden vonden we niet zo sterk en het was echt Japans. Het stroomschema was alweer gemaakt, zodat er hoe dan ook een Japanner in de finale zou zijn. Dat is echt Japans. Over de scheidsrechters en het toernooi was de kancho positief. Hij vond het niet het beste dat er ooit gehouden is, maar als er vechters heen willen, geeft hij groen licht.” Toen kwam de Japan Open. Daarover vertelt Cem een ander verhaal.

Posterboys

Japan Open in het Osaka colosseum werd groots aangekondigd, met partijen kickboksen door grote namen als Peter Aerts, Ernesto Hoost en Stefan Leko. Op 19 oktober was het de grote dag. Dan wordt je toch wakker met het idee dat je een kans hebt. Cem rekent voor: “Ze hadden ons verteld dat dit het meest bijzondere toernooi was in tien jaar tijd. Uit tien Japanse regio’s waren drie van de beste vechters gekozen. Dertig man, dus. Daarbij hadden ze drie buitenlanders uitgekozen, twee uit Iran en mij dus. Het klonk hartstikke goed. Het was een eer. Vooraf.”

“In het echt liep iets anders. De poster bijvoorbeeld. Daarop stonden de acht jojo’s die gingen kickboksen en ook de vier Japanners die in de finale zouden staan. De vier kampioenen. Ze hadden vier poules gemaakt, A, B,C en D. Elke poule had één winnaar. Je zou toch zeggen dat het onmogelijk is om die vier posterboys op de winnaarspositie te krijgen maar is toch gelukt. Statistisch is het een kans van nul. En toch kwam het zo uit. Dat geloof ik dus niet.”

Met Gerard Gordeau en de mensen van The Colosseum, Utrecht in zijn hoek kon er toch weinig fout gaan bij Cem. De jury had er een eigen kijk op. Nadat zijn Japanse tegenstander twee keer was aangeslagen, besliste de jury in het Japanse voordeel.

Pink

Vandaar dus, die onrust in zijn lijf toen Cem weer terug was in Katwijk. Ophouden? Niks ervan. “Ik vind het wel jammer,” zegt hij. “Vooral voor Japan, bedoel ik. Vroeger dacht ik dat het heel belangrijk was om aansluiting te hebben met Japan. Tegenwoordig denk ik, wij kunnen het zelf. En waarom komen zij zelden of nooit hierheen? Omdat ze weten dat ze dan op andere grond vechten en het anders gaat eindigen. De kancho zegt altijd: wij hebben meer budo in onze pink dan zij in hun hele lichaam.”

opgetekend door Vilan van de Loo

SAMSUNG CAMERA PICTURES