Ken je Nakamura? Een hele goede karateman uit Japan. Hij is van mijn generatie. Vroeger heeft hij ons allemaal de tering geslagen. Koen Scharrenberg, Dolf Lundgren, noem ze maar op. Iedereen. Ik was blij dat ik nooit tegen hem heb hoeven vechten. Twee meter. 140 kilo. Een monster. En een Japanner.

Nakamura heeft de IBK (International Budokai) uitgenodigd om deel te nemen aan de King of Kyokushin Cup. Een nieuw toernooi en meteen heel groot opgezet. Dat kan daar. Het was echt kyokushinkai, dus zonder beschermende kleding. We gingen erheen met leerlingen van Kamakura en van dojo Osaka, van Cem Senol. Floris Hoek, Gijs Hoek, Davey Kagenaar, Kimberley Schroduer, Rob de Groot en Jaap de Jong. Drie van Cem en twee van mij. Pascal de Mol was mee als verzorger. Cem werkt in mijn traditie dus dat combineert goed. We hebben laten zien dat het kyokushin bij ons ver ontwikkeld was. Nakamura had mij gevraagd het toernooi te openen met een toespraak.

Die Cup was een mooi toernooi en lekker ouderwets. Goed georganiseerd, en echt kyokushin. Het viel me honderd procent mee. Vooral omdat het eerlijk was. Dat verwacht je niet in Japan. In Japan winnen de Japanners. Maar Nakamura is een ouderwetse kyokushinkai man, dus hij zal vooraf gezegd hebben dat de beste moet winnen.

Ik vond dat goed. Voor de sport. En voor Japan. Nadat mas Oyama overleed heeft hij twee opvolgers gehad die het erfgoed moesten doorgeven. Matsui. En Nakamura. Die twee moesten het doen. Wat gebeurt er, Matsui wil naar de Olympische Spelen met de sport en dan komt er beschermende kleding. Nakamura is een old skool-man. Die is nu een eigen weg ingeslagen en daar waren we bij. Een heel goed toernooi waarvan hij het boegbeeld was. Hij heeft hiermee een enorme achterban in zijn organisatie. Die zien hem als de ware opvolger van Oyama. Dat is hij ook. Alleen niet officieel.

Als we de kans krijgen, doen wij ook mee met de Spelen. Het is dan alleen geen kyokushin, natuurlijk.

Het weekend na Japan zaten we weer in Den Haag, bij de Fight Club van Satisch Jamai. Van de vijf partijen hebben we er eentje verloren. Dus dat vonden we een leuke dag.

Nog even over Japan. We hebben veel gezien, Cem en ik tenminste. De vechters wilden na de partij gewoon gamen. Zo gaat dat nu. Ze willen op hun telefoonschermpje kijken, en wij gingen dan Japanse dingen doen. Dat is jeugd van tegenwoordig. Het neemt niet weg dat ze allemaal goed presteerden. Kimberly, die twee weken geleden haar arm nog uit de kom had, ook. Met die arm in de tape kampioen worden, dat is Osaka en Kamakarua waardig. We hebben grote huilebalken als Hari gezien, en dan moeten wij de eer van budo hooghouden met een meisje van Kamakura.

Nog een lichtpuntje: Juri Villani is het afgelopen weekend in Italië kampioen BJJ geworden.

opgetekend door Vilan van de Loo (www.hoekvrouw.nl)

foto met dank aan Patrick Dolkens (fotodolkens)