De ene na de andere beerput wordt opengetrokken en met regelmaat opent ‘Het NOS Journaal’ met wéér een schandaal. #Metoo is een begrip geworden en in alle geledingen van de bevolking komt het helaas voor: seksueel misbruik. Overal waar een machtsverhouding een rol speelt zijn er lieden die hun positie misbruiken. Macht corrumpeert en resulteert maar al te vaak in seksueel misbruik. Met name de sport blijkt één grote poel des verderf te zijn. Het ene na het andere verhaal komt aan de oppervlakte waarbij de vechtsporten helaas niet verschoond blijven. Juist in deze sporttak speelt de hiërarchie een grote rol. Gestoeld op het Japanse model waar de leraar (sensei) op een voetstuk staat en discipline het sleutelwoord is. Een betere voedingsbodem voor seksueel misbruik is haast niet denkbaar. Maar geldt hier ook het credo horen, zien en …zwijgen? Zou een onderzoek niet op zijn plaats zijn?

Katholieke kerk

Bij seksueel misbruik denkt men al snel aan de misstanden bij de Katholieke Kerk. Wereldwijd werden minderjarigen op grote schaal door priesters en andere kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders seksueel misbruikt. Het misbruik speelde zich vooral af in de jaren vijftig tot en met de jaren tachtig van de vorige eeuw, maar kwam pas decennia later in volle omvang naar buiten. Sommige van de seksuele misbruiken kwamen voor het gerecht, andere werden door de kerkelijke overheid intern geregeld, soms toegedekt of door betrokkenen afgekocht. Het probleem waren niet alleen de gevallen van seksueel misbruik zelf, maar ook de gebrekkige wijze waarop de autoriteiten binnen de Katholieke Kerk met het seksueel misbruik omgingen. En daar ligt nou juist het grootste probleem.

Bang om niet geloofd te worden

Slachtoffers van seksueel misbruik durven vaak niet met hun ervaringen naar buiten te treden. Bang om niet geloofd te worden en een inwendig gevoel van schaamte liggen daaraan ten grondslag. Wie gelooft mij nou? Er zijn immers geen getuigen en geen camerabeelden voor de bewijsvoering. Het is vaak zijn (het zijn in de regel vaak mannen) woord tegen het mijne. En hij is een gerespecteerde coach, trainer of leraar! En wie ben ik? Om die reden worden de vreselijke ervaringen vaak diep weggestopt, ver weg in het (onder)bewustzijn, in de hoop het een plaats te kunnen geven en verder te kunnen leven met dit geheim, terwijl de veroorzaker van al dit kwaad vrijuit gaat en vaak in herhaling treedt.

Onherroepelijk veroordeeld

Regelmatig staan er artikelen in de krant over hockey-trainers die met verborgen camera’s meisjes begluren, voetbaltrainers die jonge voetballertjes misbruiken, maar ook vechtsportleraren die zich aan seksueel misbruik schuldig maken. De recente zaak van de ‘Beverwijkse Judoleraar’ alias ‘Ome Jaap’, die zich jarenlang vergreep aan zijn jonge leerlingen, en onlangs nog werd de Schiedamse Karateleraar Marcel S. onherroepelijk veroordeeld voor misbruik van een (toen) 12-jarig meisje. Maar er zijn vele voorbeelden te noemen van misstanden in de vechtsportwereld. Niet alleen judoleraren, waar veel lichamelijk contact een onderdeel is van de sport, vergrijpen zich aan hun leerlingen. Ook in sporten als Kickboksen en Muay Thai gebeuren er dubieuze zaken. De omgang met vaak jonge leerlingen doet regelmatig de wenkbrauwen fronzen. Maar op alleen vermoedens kan men geen zaak bouwen. Aangiften zijn echt nodig als eerste stap naar een mogelijke veroordeling. In een eerder artikel op R1N werd al melding gemaakt van een grote stap in de goede richting, die als steun in de rug van slachtoffers mag worden gezien. Op sportcentrum Papendal ondertekenden Politie, Justitie en NOC*NSF een belangrijk convenant waarin de rol van het (vermeende) slachtoffer serieuzer wordt bekeken en met meer aandacht en empathie zal worden behandeld. Helaas was dit voorheen niet het geval, wat de drempel om met het trauma naar buiten te komen alleen maar groter maakte.

Wegkijkcultuur

Prof. Mr. Marjan Olfers, Hoogleraar Sport en Recht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam geldt als een autoriteit op het gebied van seksuele intimidatie. Ook zij blijft zich verbazen over de ‘wegkijkcultuur’ van organisaties, bonden en overheidsinstanties. “Tja, iedereen spreekt er schande van, maar als het te dicht in de buurt komt kijkt men maar al te vaak de andere kant op. Misbruikzaken doen altijd veel stof opwaaien en mensen zitten daar niet op te wachten met als gevolg dat een slachtoffer nog meer het gevoel krijgt dat hij of zij alleen staat”. Ook de over de wijze waarop overheidsinstanties omgaan met zowel daders als slachtoffers is de Hoogleraar niet te spreken. “Wij hebben hier te maken met vaak getraumatiseerde mensen. Het zal je maar gebeuren als kind. Dan zou het fijn zijn als de instanties wat meer toegankelijker zijn en ook waakzamer. Er wordt veel te weinig controle uitgeoefend. Wat is de moeite om te vragen naar een VOG (verklaring omtrent het gedrag) voor sportleraren?”

Verklaring omtrent het gedrag

Wat dat betreft slaat Marjan Olfers de spijker op zijn kop. In Schiedam kon de, inmiddels onherroepelijk veroordeelde Karate-leraar, gewoon zijn lessen blijven geven aan kinderen terwijl er toen reeds een uitspraak lag van Het Gerechtshof. Het kan toch niet zo zijn dat iemand met zo’n veroordeling vrolijk les kan blijven geven aan kinderen? Het is een kleine moeite voor een gemeente om een VOG te vragen indien men gebruik maakt van faciliteiten waarbij de veiligheid van kinderen in het geding is. Zeker nu er geen sprake meer is van incidenten maar het een structureel probleem is geworden in de (vecht)sportwereld.

Psychologische oorlogsvoering

Gevoed door de, tot voorheen, softe aanpak van de overheid en het wegkijken van de omgeving voelen de daders zich gesterkt in hun handelen, waarbij ze door de wellicht ziekelijke afwijking, overgaan tot intimidatie en psychologische oorlogsvoering. Men dreigt zelfs met aanklachten van smaad en laster indien men naar de politie stapt en de pers er bij gehaald wordt. In plaats van tot bezinning te komen kiest ‘de dader’ vol voor de tegenaanval waardoor het slachtoffer en/of de klokkenluider worden afgeschrikt.

Serge Weening

De bekende Maastrichtse strafadvocaat Mr. Serge Weening is bekend met deze strategie.
“De aanval is vaak de beste verdediging. Zo lang een zaak nog onder de rechter is geldt het onschuldpresumptie (Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan). Door er vol tegenin te gaan hoopt men de positie van de tegenpartij te verzwakken. Veel mensen hebben geen zin in langdurige en kostbare procedures en trekken dan vaak hun aanklacht in. Zeker in zaken waar de bewijsvoering lastig is, zoals in dit soort zaken, zijn de vermeende daders vaak hondsbrutaal”.

Grootschalig onderzoek gewenst

Met de zaken van Bill Cosby, de #Metoo affaires, de arts van het Amerikaanse turnteam en onlangs ook de praktijken van de hulporganisaties zoals Oxfam Novib, die breeduit in de media zijn geweest, is de geest volledig uit de fles. Het is nu niet meer raar om naar buiten te treden met een vreselijke ervaring die men soms jaren geleden heeft ervaren en met zich mee heeft gedragen. Serieuze sportbonden kennen tegenwoordig een vertrouwenspersoon en ook NOC*NSF heeft dit onderdeel tot een speerpunt gemaakt, maar een gewenst grootschalig onderzoek naar de misstanden in de gesloten vechtsportwereld blijven vooralsnog uit. Toch blijft de eerste stap van het slachtoffer cruciaal. Velen nemen hun geheim mee in het graf, geven het een plekje en kunnen er mee leven. Maar ook velen gaan er aan kapot, worden er dagelijks mee geconfronteerd en ontsporen in hun leven. Het is moeilijk om voor mensen te spreken, iedereen moet dit voor zichzelf bepalen, maar dat er een kentering gaande is, en dat er mogelijkheden zijn om genoegdoening te krijgen, dat staat vast. Niemand mag wegkomen met deze smerige praktijken. En zeker ook niet in de vechtsportwereld waar men altijd pretendeert het respect hoog in het vaandel te hebben staan!

Tekst: Milco Lambrecht