Nagelknipper als belangrijkste instrument

 ‘Niet ziek, heb je geen piercings of lenzen?’ door Giel Hendrix 

Als alles goed verloopt zie je hem amper. Maar als er ‘bloed aan de paal’ is, heeft hij het laatste woord, de ringarts. Hij beslist of een bokser of vuistvechter verder mag of moet stoppen.
Zijn beslissing is belangrijker dan die van de scheidsrechter. Op het ‘Fight Event’ Van Roger Alken in Geleen gistermiddag had Rick Warnas het laatste woord.
RickWarnas is al vrij vroeg uit de veren deze zondag. Van uitslapen komt niet veel, want hij moet al om een uur of half een in de Geleense Hanenhof zijn. Althans dat vindt hijzelf, want de 58-jarige operator houdt niet van half werk. Als ringarts bij het vechtsportgala van Roger Alken houdt hij zich aan het protocol dat hij voor zichzelf heeft opgesteld. Een Pietje Precies of misschien een tikkeltje overdreven?
Noem het zoals je wilt, maar RickWarnas wijkt er niet van af. „Want uiteindelijk gaat het toch om mensenlevens”, zegt hij heel beslist. „Dat klinkt misschien dramatisch, maar het is wel zo.

Op de momenten dat elke seconde telt, moet je op alles en iedereen kunnen vertrouwen.”
Om vooraf maar vast even een misverstand uit de weg te ruimen: de ringarts is geen dokter of medicus.Warnas heeft wel al meer dan dertig jaar zijn EHBO-diploma en gewerkt bij medische diensten. „In de sport werken vroegere bedrijfsartsen of gepensioneerde dokters. Ik heb allerlei diploma’s, cursussen gevolgd ook. Heb gewerkt bij de bedrijfsbrandweer, de ambulancedienst, de eerste hulp van een ziekenhuis.
Meer dan vijftien jaar ben ik actief geweest bij SIGMA (Snel Inzetbare Groep ter Medische Assistentie. Als EHBO’er ben ik actief op festivals. een aantal jaren geleden ben ik eens gevraagd als ringarts bij een gala.”
RickWarnas is de aangewezen man voor Geleen dit keer. Klein van stuk, maar met rechte rug doet hij zijn werk.
Dat begint al bij de weging zo’n twee uur voor de eerste wedstrijd. Als de vechters van de weegschaal afstappen staat hij klaar met zijn blauwe rubberen handschoentjes. Strategisch opgesteld in het gangetje, zodat niemand hem kan ontsnappen. Een gordeltasje om met verband, pleisters, een zaklampje en een nagelknipper. Die blijkt tijdens de medische check van de ringarts het meest gebruikte ‘wapen’.
Hij is vriendelijk maar vastberaden. „Geen klachten?”, vraagt hij elke vechter. „Niet ziek, geen piercings of lenzen?”
Hij kijkt ze in de ogen en voelt aan de onderbenen. De vechters staan in onderbroek, meestal een boxershort zo blijkt, voor hem, knikken en antwoorden.
Als laatste betastWarnas de teennagels en als hij ook maar ergens een scherp randje voelt graait hij in zijn buideltje en haalt de nagelknipper eruit.
Gedwee en zonder morren trekken de sporters zich een paar meter terug.
‘Knip, knip, knip en klaar is Kees,’Warnas is tevreden, goedgekeurd. „Nagels kunnen gevaarlijk zijn”, legt hij ondertussen uit. „Die kunnen gemakkelijk inscheuren.
En dan gaat het bloeden. Dat willen we natuurlijk helemaal niet hebben.”
Een uurtje isWarnas zo bezig. Af en toe komt Roger Alken eens binnenlopen.
De sportschoolhouder heeft het druk. Hij heeft het gala georganiseerd, moet de genodigden te woord staan, drie vechters coachen op het toernooi.
Hij is ook de ‘matchmaker’, heeft de partijen samengesteld. „Daar ben ik maanden mee bezig geweest. Dat verandert steeds weer. De een is geblesseerd, de ander ineens te zwaar. Ik moet in de gaten houden of iedereen door de keuring komt, want ik heb nog een paar reserve- jongens achter de hand voor het geval er een paar uitvallen.”
Maar RickWarnas is hem goed gezind deze zondag. Geen uitvallers, iedereen een stempeltje. Tijd voorWarnas om zich aan het tweede dele van zijn missie te wijden. Hij gaat op zoek naar de sleutelhouder van de Hanenhof en de chef van de ingehuurde veiligheidsdienst. „Ik wil alles weten. Als er een ambulance gebeld moet worden, wil ik weten aan welke deur die zich moet melden.
Zijn de vluchtuitgangen vrij, waar moeten de mensen heen als het uit de hand loopt om een of andere redenen. Ik probeer met alles rekening te houden en daar heb ik mijn eigen regels voor opgesteld.
Veiligheid voor sporters en publiek staan voorop.”
Hij houdt een hele administratie bij.
Vechters die knock out gegaan zijn krijgen een aantekening. En een startverbod voor zes of acht weken. „Voor de WFCA, als ze in die tijd voor een andere bond gaan vechten, kunnen wij daar niets aan doen. dat valt buiten onze verantwoordelijkheid.
Als iemand k.o. gegaan is raad ik de coach of verzorger altijd aan dat hij de jongen de volgende vierentwintig uur goed in de gaten houd. Om de twee uur wakker maken voor de zekerheid, want hij kan zomaar een hersenschudding hebben. Ik kan wel tegen hun hoofd aankijken, maar niet erin.”
Slechts een bokser moet hij deze zondag het wek-advies meegeven. Anas Moussaoui. En die is niet eens tegen een trap van zijn tegenstander Tom Koopmans opgelopen. De twee botsten met de hoofden tegen elkaar, zonder opzet.
‘No contest’ luidt dan ook de uitslag van de jury: Onopzettelijke verwonding, geen gevecht.Warnas: „En ook geen knock out dus. Die jongen krijgt geen startverbod, maar ik heb de trainer wel de raad meegegeven op hem te letten.”
De wedstrijden zijn voorWarnas eigenlijk een ‘makkie’. De eerste uren kan hij op zijn gemak aan de ring blijven zitten kijken naar de partijen die zich voor zijn ogen afspelen. De botsing tussen twee hoofden brengt hem voor het eerst in actie als Moussaoui drie minuten groggy in de ring blijft zitten. „Gaat toch prima zo”, merkt hij in de pauze op. „Geen centje pijn, zo heb ik ze het liefst, want dat is ook goed voor de sporters. Maar zo gaat het meestal.
Er doen zich minder blessures voor dan bij voetbal. Soms ligt er wel eens een wenkbrauw open, neus of rib gebroken of een schouder uit de kom. Gebeurt wel eens, maar niet aan de lopende band. Het druktste heb ik het nog bij de MMA-partijen (Mixed Martial Arts, mengelmoes van verschillende vechtsporten). Daarbij komen veel grondgevechten voor”, doceertWarnas, “en dan moet ik goed opletten voor verwurgingen of voor overstrekkingen van arm of been.”
Het is inderdaad een hele kluif om de in elkaar gedraaide lijven van Maurice Blijdestein en Abubakar Omayev uit elkaar te houden. De ringarbiter kruipt over de vloer enWarnas ligt met zijn neus op de vloer te kijken of niemand in ademnood komt. Twee keer drie minuten duurt het gevecht en al die 360 seconden gaan de twee rollebollend over de vloer. Er is geen ruimte om een vuistslag toe te dienen of een ledemaat een beetje op te rekken. Gelukkig gaat de bel om de twee minuten en kunnen de vechtersbazen weer de knoop ontwarren.
Dat iemand daar nog een winnaar (Omayev) uit heeft kunnen halen, is een klein wonder.
Zijn zondag zit er rond een uur of negen weer op. Kan hij weer in de auto stappen terug naar Cuijk, morgen moet hij gewoon weer werken.Want van het ‘ringartsen’ kan hij niet leven. Dat levert geen niks op. Een reiskosten- en een onkostenvergoeding. „Van dat laatste betaal ik ook nog eens de zwachtels of rekverbanden die ik soms moet aanleggen.
Daar tel ik de jongens niets voor, krijgen ze voor niets. Dat hoort er bij, vind ik.”
‘Niet ziek, heb je geen piercings of lenzen?’

Met dank aan Het Limburgs Dagblad.