Op het EK Boksen voor vrouwen werd wat afgerost. Desondanks vlogen er weinig bloedspetters door de lucht. Een pluspunt: de term Hollands glorie bestaat niet voor niks.
 
Iedere leek die wel eens een bokswedstrijd op televisie heeft gezien, begrijpt wat ik bedoel. Bij boksen denk je aan grote gespierde mannen die elkaar met één klap knock-out kunnen slaan. Of waar op zijn minst ‘een hele liter bloed uit een vechter zijn neus komt druipen’. Op het Europees kampioenschap Olympisch Boksen voor vrouwen vloeide er echter weinig, maar volgens de kenners was het een technisch interessant schouwspel.

Tijdens dit EK zie je geen hossende Hollanders met gastoeters en vuvuzela’s. In het publiek, dat de eerste vier dagen vooral bestaat uit familie en collega-vechters, heerst een opperste concentratie. Zelfs degenen die zich wel de longen uit hun lijf schreeuwen – meestal één of twee per wedstrijd – functioneren meer als gedegen tribunecoaches dan als hersenloze hooligans die hun onvrede slechts weten te uiten met ‘Kom op nou scheids’. Er klinken goedbedoelde adviezen als: ‘Links kort prikken! En dan rechterhoek!’ en ‘Niet de hele tijd dubbelblokken, daarvoor krijg je geen punten!’

Amateurfotograaf en schoonvader van de Nederlandse trainer Kees de Jong (68) vertelt me: ‘Ik zit hier al heel de week. De foto’s die ik maak, verstuur ik naar iedereen in mijn familie. Mannelijke boksers zijn altijd sterker, maar de vrouwen hier zijn tactisch en maken technisch mooie acties.’ En dat is waar het in die vier keer twee minuten om gaat: op techniek zoveel mogelijk punten pakken. De lady fighters gaan niet voor de knock-out.

Ierse dwerg voor de leek    
Op de finaledag zijn de tribunes ook gevuld met minder diehard boksfans. ‘Ik ben nog nooit bij een bokswedstrijd geweest’, bekent de achttienjarige Kimberly van Herk, ’maar mijn vader en moeder zeiden dat het leuk was om met zijn drieën te gaan, omdat ik zelf kickboks. Ik doe geen wedstrijden, want ik train maar één keer per week.’

Voor deze minder technisch geschoolde toeschouwers waren er ook gedenkwaardige partijen om te zien. Zo stuurt Ierland tijdens de kwartfinales Lauragh O’Neill de ring in, die met haar één meter zestig, 81 kilo en woest springende voorkomen wel wat weg heeft van een vrouwelijke variant van een boze leprechaun. Helaas voor O’Neill is haar tegenstander een kop groter en wordt er steeds over haar stoten heen geslagen.

Lauren Price (69 kg) uit Wales sneuvelt in de halve finales. De felblonde boksster blijft in deze partij niet ongeschonden: na de tweede ronde stroomt het bloed uit haar neus en mond. Maar Price wil winnen en vliegt als een bezetene de ring door. Toch rent ze net iets te vaak recht met haar gezicht op de vuist van haar tegenstander af, wat mooie fotomomenten oplevert.

Trots op Nederland  
Toch keken de meeste boksfanaten uit naar de Double Dutch finalepartijen met Marichelle de Jong en Nouschka Fontijn. Toegegeven, de Turkse coach trekt tijdens Turkije-Armenië veel bekijks door in zijn maatpak een traditionele dans te vertonen al wapperend met een glitterdoek. Maar voor de overwinning van De Jong op haar Oekraïense tegenstander gaat het eerder zo geconcentreerde Nederlandse publiek uit zijn dak. Voor Fontijn pakt het iets minder glorieus uit: ze verliest en wordt tweede. Toch is dit voor beide dames een goed opstapje om volgend jaar mee te mogen doen aan de Olympische Spelen, waar voor het eerst ook vrouwen boksen een onderdeel is. Wie van de twee het wordt, moeten ze samen nog even uitvechten.