Met het heengaan van Smokin’ Joe Frazier is de eerste van de drie meest legendarische boksers aller tijden overleden. Zijn gevechten met Ali en Foreman staan gebeiteld in het collectieve geheugen van de sportgeschiedenis.
 

Hij brak de kaak van The Greatest. En vloerde hem zelfs even. Maar pas na vijftien slopende ronden in Madison Square Garden in New York kwam The Fight of the Century ten einde. Smokin’ Joe Frazier, de eeuwige underdog, had aan het einde van die lange avond van 8 maart 1971 de wereldtitel nog steeds in handen. Dit gevecht was de start van de mythe. Joe Frazier, maandag op 67-jarige leeftijd overleden, zal voor altijd worden herinnerd om zijn epische gevechten met die andere grootheid: Muhammad Ali.
 
Die mythe begon dus op 8 maart 1971 in Madison Square Garden. De wereld keek uit naar de comeback van Muhammad Ali op het hoogste niveau. Ruim drie jaar lang was de onaantastbaar geachte Ali uitgesloten geweest van de bokscompetitie omdat hij weigerde te dienen in Vietnam. „No Vietnamese ever called me a nigger”, zei Ali in 1966 over de oorlog en verloor daarmee zijn wereldtitel zonder ervoor te kunnen boksen. De terugkeer van de provocateur Ali, symbool van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging en vurig bekeerling van de islam, maar bovenal de beste bokser die de wereld ooit heeft gezien, maakte deze match extreem beladen. De grote vraag was: kon Ali het nog?
 
Unicum

De pers doopte het gevecht op voorhand om tot The Fight of the Century. Het gevecht was, een unicum in die tijd, wereldwijd live op tv te zien. „Ik was acht jaar en zat ’s nachts tussen mijn ouders op de bank te kijken”, weet Arnold Vanderlyde nog. „Ik denk dat je kunt stellen dat dit gevecht onbewust de kiem heeft gelegd voor mijn latere bokscarrière”, zegt de Limburgse bokser die drie keer brons won op de Olympische Spelen.
 
Frazier was dan wel titelhouder, maar in 1971 was hij tegen Ali de underdog, weet Vanderlyde nog. „Frazier was relatief klein. Geen technische bokser en hij had ook niet het charisma van Ali. Maar Frazier had wel een aanvallende stijl, waarbij hij zich letterlijk invocht, zoals wij boksers dat noemen. En hij had een verschrikkelijke linkerhoek.” Sterker nog, Smokin’ Joe Frazier kon volgens de mythe zo snel slaan dat het leek of er rook kwam uit zijn handschoenen.
 
Die ‘kleine man’ nam het op tegen The Greatest. Die avond in 1971 zagen sterren als Frank Sinatra, Diana Ross en Dustin Hoffman, allemaal aanwezig in Madison Square Garden, dat Frazier stand hield. En met hen zag Vanderlyde, thuis op de bank in Sittard samen met die talloze miljoenen andere tv-kijkers wereldwijd, hoe Frazier al vroeg in de partij de kaak van Ali brak. „Maar Ali gaf niet op. Beide boksers zijn ook bekend geworden vanwege hun enorme incasseringsvermogen”, vertelt Vanderlyde. Frazier won, op punten.
 
Rivaal

Frazier betrad daarna nog twee keer de ring om zijn eeuwige rivaal te bevechten. En zoals altijd waren al die gevechten op voorhand legendarisch. „Dat kwam vooral door Ali”, weet Vanderlyde. „Die maakte er een hele show van.” Ali was beroemd om zijn gedichten en oneliners waarmee hij zijn opponenten te kakken zette. Frazier kreeg er in al die jaren het meest van langs met oneliners als: „Frazier is so ugly that he should donate his face to the US Bureau of Wild Life.” En helaas voor Frazier verloor hij beide latere partijen (in 1974 en The Thrilla in Manilla in 1975) van Ali. Ook na die partijen bleef Ali Frazier verbaal aanvallen. Hij noemde Frazier onder meer Uncle Tom omdat de laatste zich te weinig zou hebben ingezet voor het lot van hun zwarte landgenoten.
 
Ali en Frazier legde de afgelopen jaren hun ruzie bij. Ali reageerde gisteren dan ook met verdriet op het nieuws van het overlijden van zijn rivaal: „De wereld heeft een groot kampioen verloren.” Frazier is de eerste van de drie kampioenen die de jaren zeventig tot een gouden periode in de bokssport maakten. Hardhitter George Foreman leeft nog, net als Ali. Onderling vocht het drietal veel legendarische gevechten uit.
 
Frazier stond in 1981 voor het laatst in de ring, net als Muhammad Ali. Foreman bokste nog door tot in de jaren negentig. Grootse gevechten waren dat al lang niet meer en de bokssport was toen al op zijn retour. Maar hun erfenis is er niet door verbleekt. „Deze mannen maakten dat ik ging boksen. Wie kent de huidige wereldkampioenen nog?” verzucht Vanderlyde. En zo staan de namen Ali, Foreman en Frazier voor eeuwig gebeiteld in het collectieve geheugen van de sporthistorie.