Unilever-topman Paul Polman maakte onlangs een interessante opmerking in de media: “Als je probeert alles hetzelfde te doen, verandert er nooit wat.’’ Hans de Bruijn vindt deze opmerking ook toepasbaar op het boksen in Nederland. Aan R1N laat hij weten waarom.

Dat is in zekere zin een uitlating die de bokswereld aan het denken moet zetten. Doorgaan in de geest van “het komt allemaal wel goed, een nieuw initiatief is geen verbetering,” geeft een passieve houding weer die de laatste jaren een bedenkelijke ontwikkeling opleverde. Neem als uitgangspunt het bezoekersaantal bij het Nederlands kampioenschap boksen voor de A- en B-klasse, het beste wat in ons land te bieden heeft. In 2011 waren 187 betalende toeschouwers aanwezig bij het hoogste amateurpodium. In 2012 waren dat er nog minder, 156 om precies te zijn. Ook de jaren daarvoor was de dalende tendens ingezet. Hoe komt het dat de nationale titelstrijd in het verdomhoekje zit en deze tendens gelaten wordt geaccepteerd? Terwijl het amateur- en binnenkort ook het profboksen een Olympische status heeft, wat ver uitsteekt boven die van andere vechtsporten, en derhalve een grotere uitdaging moet vormen voor sporters!

Om achter de oorzaak van de zieltogende trend te komen, werd een bezoek zomaar op een zaterdagavond aan een kickboksevenement in de Margriethal Schiedam gebracht. Geen groot evenement met weinig bekende namen op het wedstrijdprogramma, maar wel met een publiek dat zich in rijen verdringt bij de kassa, deels buiten in de regen. Eigenlijk iets ongelooflijks, het bovenstaande in acht nemend. Het is bekend dat de bokswereld geen oog hiervoor heeft, deze situatie negeert, maar toch…. De amateurtop staat in ons land in de kou, terwijl een alledaagse kickboksavond volle tribunes trekt met, ook niet onbelangrijk vanwege de inkomsten, een twintigtal betaalde VIP-tafels. Naar schatting was er tussen de 500 en 700 man. Bij grote evenementen met bekendere toppers, en dan nog niet eens de bekendste, zijn het er doorgaans 2 à 3000 betalende bezoekers. Wat een verschil, terwijl de amusementswaarde van beide takken van sport ongeveer hetzelfde is. Sterker nog, een mooie bokspartij is eigenlijk aantrekkelijker.

Er Valt iets te leren uit de vergelijking. Om te beginnen legt een enkele organisator graag geld bij. Met zo weinig inkomsten uit recettes van een boksavond moet op elke cent worden gelet om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen. Dus onder andere geen extra uitgaven voor showelementen waaronder danseressen, muzikale omlijsting, een opkomstpodium met vuurwerk en rookmelders enzovoort. Het publiek moet zichzelf vermaken en loopt steeds dezelfde mensen tegen het lijf. Tijd te over dus, tussen het boksen door. Dat is anders bij de zogenaamde concurrentie. De bezoekers worden beziggehouden, krijgen geen tijd om zich te vervelen. En dat werkt. Wel natuurlijk met een dikke portemonnee in de achterzak, want er komt toch al snel tien tot vijftienduizend euro aan verkochte kaarten binnen op een normale kickboksavond, terwijl het NK-podium al blij is met een totaalopbrengst van 3000 euro. Waarvan dezelfde inrichtingskosten zoals het huren van een ring, de scheidsrechters en juryleden, de catering en overige gangbare kosten betaald moeten worden. Zonder sponsoring van bokspartner Rotterdam Topsport zou dat onmogelijk zijn.

Met dit voorbeeld wordt duidelijk gemaakt in welke impasse het boksen verkeert. De neergaande spiraal is zorgelijk, zeker vergeleken bij wat er in de directe nabijheid in beweging is. Vechtsporten zijn in. Daar hoort het boksen bij, of je het nou leuk vindt of niet. Een belangrijk aspect is zeker ook het aantal partijen. Liefst 25 tot zelfs 40 partijen op een avond zorgen voor extra belangstelling met grotere gezelligheid. Ook in dat opzicht zou de bokswereld eens achter haar oren moeten krabben en wellicht bijsturen. De finale van het NK telde de laatste keer 12 partijen en daarvoor waren dat er soms iets meer. Dat blijkt te weinig om een groot publiek uit alle delen van het land op de been te brengen en om de favorieten massaal aan te moedigen. Een enkeling uitgezonderd, zoals Peter Mullenberg. Het verhaal dat er maar wat wordt aangerommeld bij de kickboksevenementen wat vroeger het geval was, is niet waar. De scheidsrechters, juryleden en doktoren zijn bekwaam.

Wie op zo’n willekeurige avond in Schiedam om zich heen kijkt, ziet bovendien tal van min of meer bekende personen. Bekend uit de bokswereld wel te verstaan, ja echt! Ze dragen een verwantschap met zich mee, vaak met een zeker gevoel van heimwee. Diep in hun hart vinden ze het Olympische boksen ook aantrekkelijk om te doen. Dat deden ze vroeger ook. Ze zouden deze tak van sport nooit de rug hebben toegekeerd als het alternatief, het kickboksen, geen grotere uitdaging bood. Week in week uit kunnen ze met hun sporters terecht op kleine en grote evenementen. Dat geeft de coaches en de sporters voldoening. Zij weten waarvoor ze bijna dagelijks (moeten) trainen. Bovendien vergoedt de organisator in veel gevallen de (reis)kosten, wat ook geen bezwaar is door de grotere inkomstenstroom. Iets wat in het boksen onmogelijk is door het kleine organisatiebudget voor het NK en de kleinere evenementen.

De neergaande spiraal zou doorbroken moeten worden. Er is beslist niks mis met het Olympisch boksen maar de boot wordt door gebrek aan verandering gemist. Deze conclusie van een heldere samenvatting is zinloos zonder oplossing. Er moet lering worden getrokken. Pas als het hoofdbestuur van de Nederlandse boksbond ook op dit gebied zijn nek uitsteekt, het goede voorbeeld geeft en probeert andere organisatoren met een model-aanpak op sleeptouw te nemen, zoals de benadering van vele goede beleidsmatige zaken en zoals men onlangs probeerde te kandideren voor het EK-mannen om het imago van het boksen te verhogen, komt de uitstraling van het NK (weer) goed. De basis moet in beweging komen met nieuwe initiatieven. Wellicht een schone taak voor de commissie wedstrijden en evenementen na samenspraak met het hoofdbestuur van de NBB?